Veel Zweedse woorden voor bessen en andere (kleinere) vruchten eindigen op -on. De grootste is wellicht de päron, peer; de herkenbaarste naam is plommon, pruim; familie daarvan is sviskon, kwets (met de gewéldige Duitse naam Zwetschge); de gekste naam is odon, rijsbes; de bes die je bij Ikea (in confituurvorm) vindt is lingon, vossenbes (ook wel kröson genoemd); de bes die op het Finse 2 eurostuk staat is hjortron, kruipbraam; de K3 van Zweedse bessen zijn fikon, krikon en vikon, resp. vijg, mirabelle en poolbraam; de plant die beter bij de vorige post past is träjon, varen; de bes wier naam daarop lijkt is tränjon, veenbes (al wordt deze vaker tranbär genoemd); de bes met de mooiste Nederlandse naam is mjölon, berendruif (ze staat hierboven afgebeeld); een van de lekkerste moet hallon, framboos, zijn; iets minder lekker is dan weer ollon, eikel; de plant die ten overvloede tierde aan de kleuterschool waar ik mijn eerste vorming heb genoten is nypon, rozenbottel; de bes die schrik heeft van de bessenrondknopmijt (ik verzin niks) is tistron, zwarte bes (beter bekend als svarta vinbär); de bessenplant met de mooiste bloemen is olvon, Gelderse roos; en die met de mooiste naam is smultron, bosaardbei. Niet te verwarren met de gewone aardbei, die jordgubbe ('aardoudje') genoemd wordt. De bosaardbei heeft trouwens zijn naam geleend aan de film Smultronstället ([de plaats waar] Wilde aardbeien [groeien]) van Ingmar filmmonument Bergman.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten